William Boeva heeft een probleem.
Hij is ondertussen zo bekend dat hij altijd en overal wordt aangesproken. Maar hij blijft vriendelijk. Altijd een grapje klaar. Die bekendheid maakt veel mogelijk — en tegelijk botst dat met een wrang besef: wat voor hem soms vanzelf gaat, blijft voor veel mensen met een beperking nog altijd een gevecht. En dat weegt.
Wat als die deuren morgen voor hem ook weer dichtgaan?
William voelt de druk om te blijven pleasen en het iedereen naar de zin te maken. En als hij even twijfelt, denkt hij: “Wat zou Jezus
doen?”
Maar ondertussen borrelt er ook iets anders. Iets wat in iedereen
zit: drift. De goesting om de remmen los te gooien. Om alles te
beleven wat hij in zijn jonge jaren heeft moeten missen. Maar is
hij dan geen goed mens meer?
In DRIFT zoekt William het uit: wat doe je met je driften? Wanneer ben je een goed mens? Wanneer mag je fouten maken? En wanneer mag je gewoon even… mens zijn?
Bestaat er nog een handleiding, of moeten we die samen opnieuw schrijven?
Eerlijk, herkenbaar en vooral ontzettend grappig. Je komt kijken naar een ogenschijnlijk perfecte voorstelling… tot William
beslist dat perfectie vooral een illusie is.