Geschiedenis

De eerste vermelding van de naam Brecht werd teruggevonden in een akte afkomstig van de abdij van Postel uit het jaar 1173. In deze akte komt de naam ‘Berta de Brecte’ voor. Ze handelt over het feit dat als zij in het klooster van Eeuwen wou binnentreden, haar goederen in Bladel schonk aan den prelaat van Tongerloo. Vanaf deze datum komt in verschillende documenten zowel de vermelding ‘Brechte’ als ‘Brecht’ voor. Over de betekenis van de naam is er nog geen eenduidigheid. Misschien zou Brecht afkomstig zijn van ‘brec’, ‘braec’ of ‘brakti’ wat braakland of omgehakt bos betekend. Maar ‘brakti’ kan ook ‘breken’ betekenen, wat kan duiden op een breking van het reliëf, met andere woorden bijvoorbeeld een heuvel of hoogte. Naast deze twee mogelijkheden kan ‘Brecht’ ook van een persoonsnaam afkomstig zijn en ‘machtig man’ betekenen.

Prehistorie
Archeologische vondsten tonen aan dat het grondgebied van Brecht al bewoond was vanaf het paleolithicum (oude steentijd). Daarop volgend werden er ook sporen aangetroffen uit het mesolithicum (midden steentijd) en het neolithicum (nieuwe steentijd). Deze bewoning kende een continuïteit in de metaaltijden. Archeologische sites uit de bronstijd en de ijzertijd hebben onder andere verschillende urnen, brandgraven en paalsporen (van gebouwen) aan het licht gebracht.

Romeinse periode
Bij de opgravingen voor de aanleg van de hogesnelheidslijn naar Nederland zijn relicten uit de Romeinse periode gevonden. Brechtse artefacten uit de Romeinse periode zijn niet in grote getallen aanwezig maar toch ze zijn er. Een Romeinse munt, glazen scherven, een zilveren ring en bodemsporen tonen aan dat er ook in deze periode mensen leefden op Brechts grondgebied.

Middeleeuwen
Ook de aanwezigheid van menselijke bewoning in de middeleeuwen wordt door archeologische opgravingen bevestigd. Een Merovingisch muntstuk, verschillende soorten aardewerk, urnen en bodemsporen van onder andere crematiegraven, waterputten en gebouwen staven deze uitspraak. Ook de betekenissen van enkele namen kunnen wijzen op Frankische (zoals Marum en Hunsel) en Karolingische (zoals Houthoven en Varenbrake) aanwezigheid. Uit documenten van de volle en de late middeleeuwen blijkt duidelijk dat Brecht in twee delen was opgesplitst. De splitsing zou dateren van voor de 13de eeuw. Het ene deel kwam in handen van de heren van Bergen-op-Zoom en het andere gedeelte kwam onder Hoogstraten. Brecht had dus twee heren met elk hun eigen schout. De zeven schepenen namen de beslissingen, de schout zorgde voor de uitvoering. Elke heer koos drie schepenen, een zevende werd gemeenschappelijk gekozen. De bebouwing rond de Plaetse begon in de eerste helft van de 15de eeuw. Het verkrijgen van het voorrecht om een weekmarkt te houden in 1446 zal hierin zeker een rol hebben gespeeld.

Nieuwe en Nieuwste Tijd
De 16de eeuw was een bloeiende eeuw voor Brecht. Zo was er onder andere de stichting van de Latijnse school door Johannes Custos in 1515. De bekendste Brechtse humanisten waren Gabriel Mudaeus, Jan van der Noot en Leonardus Lessius. Op het einde van de 16de eeuw trokken Spaanse troepen al plunderend door Brecht en omliggende gemeenten. De bloeiende periode kende een einde. Na een toch wel problematische en dramatische 17de eeuw begon Brecht zich in 18de en 19de eeuw traag maar zeker te herstellen.

20ste eeuw
In de 20ste eeuw ontsnapte Brecht niet aan de vernielingen die gepaard gingen met de twee wereldoorlogen. In de Eerste Wereldoorlog was de materiële schade eerder beperkt. Toch werden onder andere de kerktoren van de Sint-Willebrorduskerk in Overbroek en de kerktoren van de Heilige Man Jobkerk vernietigd. In de Tweede Wereldoorlog lag de situatie helemaal anders. De aangerichte schade was enorm. Zo werden onder meer de Sint-Michielskerk en de Heilige Man Jobkerk zwaar getroffen. Het gebruik van V1 en V2 bommen richtten op sommige plaatsen een ware ravage aan. In Sint-Job-in-‘t-Goor werden zware gevechten geleverd langs het kanaal. Daarenboven lagen Brecht en Sint-Lenaarts weken lang in de frontlijn. De bevrijdingsgevechten in september en oktober 1944 zorgden voor een hevige strijd op Brechts grondgebied.

Fusie
Sinds de fusie in 1977 behoren Sint-Job-in-‘t-Goor en Sint-Lenaarts ook tot de gemeente Brecht. In het verleden behoorde Sint-Lenaarts al een tijd tot het grondgebied Brecht, voordat het onafhankelijk werd. De gehuchten Overbroek en (Klein) Veerle liggen ook in Brecht. Door de fusie behoort Sint-Antonius niet meer bij de voormalige gemeente Brecht, maar is het een deel van Zoersel geworden. Het grondgebied van de drie deelgemeenten grenst aan elkaar : ten oosten van Brecht ligt Sint-Lenaarts en ten zuidwesten van Brecht ligt Sint-Job-in-‘t-Goor.