Slakken bestrijden

Slakken onder controle houden in de moestuin

Slakken kunnen heel wat schade aanrichten in de tuin. Vooral jonge plantjes kunnen door hun beperkt volume heel snel volledig weggevreten worden. Er zijn maar weinig groenten die niet door slakken belaagd worden. Zelfs van het loof van aardappelen durven ze wel eens eten.

2008 was het eerste jaar dat ik de biologische nuts- en kringlooptuin beheerde. Voorheen had ik in mijn eigen moestuin zo goed als geen last van slakken. Het was dan ook een hele uitdaging om in een tuin die vergeven was van slakken met succes groenten te kweken. Dat eerste jaar had ik 20 bloemkoolplanten gezet in de serre. Daarvan heb ik er 2 kunnen oogsten. De rest was in die mate aangevreten door slakken dat deze niet meer voor consumptie geschikt waren. Dat eerste jaar heb ik wel wat op mijn tanden moeten bijten. Maar de jaren daarop ben ik er gelukkig in geslaagd de slakkenpopulatie sterk terug te dringen zodanig dat de schade redelijk beperkt bleef.

Hoe heb ik de slakkenpopulatie tot een aanvaardbaar niveau teruggedrongen ? Ik heb hierbij verschillende technieken toegepast, telkens in functie van hun efficiëntie.

Naakt- en huisjesslakken

Het zijn vooral de naaktslakken die heel wat schade kunnen aanrichten in de tuin. Huisjesslakken in mindere mate. Maar toch in mijn eigen moestuin zijn het precies de huisjesslakken die de meeste schade aanrichten. Naaktslakken tref ik daar zelden aan. Daarom heb ik de beide liever niet in mijn moestuin. Slakken hebben in de natuur ook een nuttige functie: ze ruimen dood plantaardig materiaal op. Huisslakken eten ook de eitjes van naaktslakken.

Preventie

Voorkomen is beter dan genezen en bovendien veel efficiënter. De moestuin is opgedeeld in 4 vakken van 75 m² die elk afgebakend zijn met een 50 cm hoge haag. Initieel was dit uitsluitend buxus. Sinds 2012 zijn deze geleidelijk aan vervangen door o.a. Ilex ‘Blue Prince’ en liguster ‘Green Century’. Deze haagjes voorkomen dat de vogels de houtsnippers van de paden in de moestuin werpen. Vooral de buxushaagjes vormen een ideale schuilplaats voor de slakken waar ze overdag beschutting zoeken tegen de zon. Bij vochtig weer overdag maar vooral ’s nachts verlaten ze hun schuilplaats op zoek naar lekkere malse planten. Hierbij gaat hun voorkeur eerder uit naar de groenten.

Ik houd de onkruidgroei in de tuin goed onder controle. Daarbij probeer ik vooral te vermijden dat de onkruiden de kans krijgen om zich uit te zaaien. Dit beperkt het wieden en hakken na een paar jaar zeer sterk. De onkruidvrije moestuinbedden bieden daardoor weinig of geen schuilplaatsen voor de slakken, zeker in het begin van het seizoen. Door in de winter de bodem zuiver en onbedekt te houden, blijven de moestuinbedden vrij van slakken en vooral van slakkeneitjes. Deze onbedekte bodem is niet echt optimaal. In dit geval is het wel kiezen tussen de pest en de cholera. Vandaar dat ik een onbedekte maar slakkenvrije bodem verkies boven eentje die vergeven is van slakken.

Slakken vangen

Elke slak die ik tegenkom, vang ik en dood ik. Het eerste jaar heb ik verschillende keren op een systematische wijze slakken gevangen. Bij vochtig weer overdag en anders in de vroege ochtend of vooravond was het een kleinigheid om tientallen, honderden slakken te vangen. Zo zaten eens op een regenachtige ochtend met meer dan 200 naaktslakken op de serre.

Slakkenkorrel met als actieve stof ijzerfosfaat

Dit type korrel is enkel schadelijk voor organismen met een spijsvertering op basis van een kropklier. De korrels hebben een blauwe kleur zodat de vogels ze niet zouden opeten.

Sommige tuiniers beweren dat dergelijke slakkenkorrels niet werken. Zij vinden immers geen dode slakken. Dit komt doordat de slakken na het eten van de korrel zich terugtrekken in hun schuilplaats. Daar sterven ze na enkele dagen de hongerdood door hun verlamde kropklier. De enige manier waarop je de werking van deze korrels kan vaststellen is doordat er geen bijkomende slakkenvraat meer is.

Belangrijk om weten is dat de slakken deze korrels op hun weg naar hun voedselbron best als eerste moeten tegenkomen. De korrels gaan de slakken niet aantrekken vanuit de omgeving. Het is dus belangrijk om eerst goed te observeren vanwaar de slakken vandaan komen en vervolgens op een doordachte (spaarzame) manier korrels te strooien op de plaatsen waar de slakken passeren.

Door de inrichting van de tuin en het toegepaste tuinonderhoud bevinden de slakken zich buiten de moestuinbedden. Voornamelijk in de buxushaagjes. Als ik op de moestuinbedden slakkenvraat vaststel, begint deze steeds vlak tegen de haagjes. Daarom volstaat het om langs de haagjes één lijntje met slakkenkorrel te strooien. Het hele moestuinbed vol strooien met korrels is in dit geval totaal nutteloos. Op deze manier kom ik met 2 kg slakkenkorrel een heel jaar rond en dit voor een tuin van ruim 1200 m². Dit lijkt mij een zeer kosten efficiënte manier van werken.

Bij vochtig weer gaan de korrels beschimmelen, waardoor ze sneller afbreken en dus minder lang meegaan. De beschimmelde korrels worden wel nog gegeten door de slakken en behouden zo nog wel hun werking. In de mate van het mogelijke probeer ik hiermee rekening te houden, bv. door de korrels niet uit te strooien net voor een regenbui.

Slakkenval

Bij vochtig weer ben ik iets meer geneigd om slakkenvallen te zetten. Tussen vaste beplanting of bij een bedekte bodem maak ik voornamelijk gebruik van slakkenvallen. Een slakkenval wordt gevuld met een lokmiddel. Doorgaans wordt daarvoor gebruik gemaakt van bier. Ik gebruik daarvoor een slakkenlokmiddel dat in de tuincentra verkocht wordt. Dit product is een derivaat uit de bierindustrie. Het voordeel hiervan is dat het minder snel ververst moet worden dan bier. In een jaar kom ik met zo één bus slakkenlokmiddel rond.

Ik gebruik slakkenvallen zonder opstaande rand (zie foto onderaan). Een val met opstaande rand moet volledig ingegraven worden zodat de rand van de val gelijk komt met het aardoppervlak wil de val optimaal werken. Bij het type val dat ik gebruik is dit niet noodzakelijk. Ik graaf de val gedeeltelijk in zodat de vloeistof volledig in gegraven is. Dit houdt de vloeistof koel waardoor ze langer meegaat. Bij heel warm weer is een val iets minder efficiënt: de vloeistof moet veel sneller vervangen worden. Bovendien vang je er dan ook heel veel vliegen mee. Na enkele dagen haal ik wel de dode slakken uit de vallen door de vloeistof voorzichtig in een ander potje over te gieten en de dode slakken tegen te houden. De dode slakken gooi ik ter plaatse op de grond waar ze snel verder ontbinden. In de beginjaren bij een hoge slakkenpopulatie ving ik op een paar dagen tijd in één val 10 tot 20 slakken. Door regelmatig de slakkenvallen te verplaatsen, kan je in een kortere tijdspanne meer slakken vangen. De actieradius van een slakkenval is immers beperkt.

Met de slakkenvallen heb ik tot op heden enkel naaktslakken gevangen.

Na gebruik was ik de slakkenvallen uit met wat regenwater. Zo blijven ze mooi doorzichtig waardoor je gemakkelijk doorheen de val kan zien of je slakken gevangen hebt. Vervolgens berg ik ze donker op waardoor ze langer mee gaan.

Natuurlijke vijanden

Slakken hebben natuurlijke vijanden zoals vogels en kikkers. Aangezien deze laatste ook in de tuin voorkomen heb ik niet echt de ambitie de laatste slak uit de tuin te weren, mocht dat al mogelijk zijn. De kikkers mogen ook nog iets te eten hebben.

In de winter de kippen in de moestuin laten rondscharrelen, kan ook helpen bij het opruimen van slakken en slakkeneitjes.

Bodembedekking en slakken

Heb je last van slakken dan kan je beter de meeste vormen van bodembedekking in de moestuin vermijden. Gazonmaaisel en fijne stukjes hennepstrooisel zijn zo fijn dat ze geen goede schuilplaats bieden voor slakken en wel als bodembedekking gebruikt kunnen worden in een moestuin die belaagd wordt door slakken.Voor meer info raadplaag http://www.brecht.be/slakken-en-mulchen.