Groenterassen

Van de meeste groenten zijn verschillende rassen of variëteiten beschikbaar. Het is niet altijd zo eenvoudig om de meest geschikte soort te kiezen die het best aangepast is aan je tuin en zijn groeiomstandigheden. Welke variëteit je best kiest, hangt vooral af van het bodemtype (zandgrond, leemgrond, kleigrond), maar ook van eventueel andere omgevingsfactoren.

De biologische nuts- en kringlooptuin heeft een lichte zandleemgrond. Op het perceel waar het kleinfruit nu staat, hebben we vastgesteld dat de laag zwarte grond zeer dik is: tot ongeveer een 1 meter diep. Deze gaat zo goed als onmiddellijk over in een kleilaag (de tussenliggende laag en fractie aan zand is relatief beperkt).

In onze tuin proberen we van sommige groenten verschillende variëteiten uit. Op deze pagina geven we je graag onze ervaringen mee. Soms geeft dit toch wel verrassende resultaten.

Aardappelen

Aardappelen zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor de aardappelplaag (Phytophtora infestans). Kies daarom rassen die het minst gevoelig zijn voor de aardappelplaag. Let daarbij ook op de gevoeligheid van het ras in de knol. Immers hoe gevoeliger de knol, hoe groter het risico op uitval na de oogst. Zo heb ik in 2010 vastgesteld dat mijn aardappelplanten ongeveer 1,5 à 2 weken langer weerstand boden tegen de plaag dan de gevoelige rassen die in nagenoeg dezelfde omstandigheden nog geen 20 meter verder geteeld werden. Dit resulteerde op het einde van de rit toch in een 2 à 3 weken extra tijd voor knolvorming.

Plant je een beperkt aantal aardappelen, voor onmiddellijke consumptie of voor bewaring tot december, kies dan bij voorkeur voor vroege rassen. Als deze op tijd geplant worden (begin april), zijn de knollen al voldoende groot of volgroeid op het moment dat de aardappelplaag toeslaat. Het risico op opbrengstvermindering door toedoen van de aardappelplaag is hierbij het kleinst. Let wel: in principe brengen vroege rassen minder op dan late (als ze geen probleem hebben met de aardappelplaag), maar de vroege rassen bewaren wel minder lang.

Ik plant altijd verschillende rassen, dit om het risico een beetje te spreiden: niet elk ras doet het elk jaar even goed. Enkele rassen die ik doorgaans plant én waarvan ik tevreden ben, zijn Biogold en Frieslander (vroege), Agria (gele schil, geschit als frietaardappel) en Raja (rode schil).

Courgette

In 2010 en 2011 hebben we enkele rassen van courgetten geteeld: Defender F1, Parador F1 en Zucchini. Parador is een gele soort. Die had in 2011 evenwel wat last van bruine stukken binnen de courget (verdroging of aanzet tot rotting ?). Verder is er weinig verschil tussen de verschillende soorten vast te stellen: zowel kwa opbrengst, weerstand tegen witziekte en smaak.

Kolen

Kolen groeien het best op zware gronden. Op lichtere gronden is de opbrengst minder.

In de tuin geeft de variëteit 'Brunswijk' zeer stevige, grote kolen. De gemiddelde kool van deze variëteit is een stuk groter dan die van de variëteit 'Langedijker bewaar.

Uien

Meestal worden uien geteeld vertrekkende van plantuitjes. Voor de beginner is deze teeltwijze iets eenvoudiger dan te vertrekken van zaad. De knolletjes kunnen bij het planten in de rij netjes op de gewenste afstand van 10 cm van elkaar gezet worden. Er hoeft niet gedund te worden. Er is geen risico op (stukken) met een slechte of geen kieming van de zaden. De oogst valt ook een stuk vroeger. Als uien gelijktijdig geplant en gezaaid worden, dan zijn de gezaaide uien ongeveer een maand later oogstrijp. Uiteraard hoef je voor de onmiddellijke consumptie niet te wachten tot de ui afgerijpt is, maar de opbrengst is dan wel lager. Tip: plant geen uien die al tijdens de bewaarperiode begonnen te schieten (uiteraard bij tijdige aanplanting), doorgaans zijn deze knolletjes aangetast door schimmels en sterven deze uitjes eerder vroeg dan laat af.

Het zaaien van uien heeft wel een zeer belangrijk voordeel: kies je voor een ras met goede bewaarbaarheid dan kan je zonder al te veel uitval véél langer genieten van uw oogst.

Hierbij onze ervaringen met de teelt van 2011.

Plantuien

De rode plantui 'Rode Brunswijker' bewaarde iets beter dan de gele plantui 'Gele Stuttgarter'. De gele plantui geeft vanaf oktober/november al relatief veel uitval door rotting van de knollen. Bij de rode plantui doet zich dit wat later voor: in de periode december/januari. Gemiddeld genomen werden de gele plantuien iets groter dan de rode.

Er bestaan ook plantuien die in de herfst geplant kunnen worden. In het verleden heb ik vastgesteld dat de oogstvervroeging eerder beperkt is in vergelijking met uien die begin maart in de serre uitgeplant worden (1 à 2 weken). Het valt af te wachten of de aanplanting buiten van vorige herfst de zware vorst van de afgelopen weken heeft overleefd. 

Zaaiuien:

Gerangschikt in toenemende mate van bewaarbaarheid:

  • Kelsai: dit is een typisch ras voor onmiddellijke consumptie. Bij een goede bodem en tijdige zaaiing (bv. ten laatste half maart) geeft dit vrij stevige knollen. Deze zijn tot ongeveer een maand na afrijping van de uien te bewaren. Wat de consumptiekwaliteit betreft, vind ik persoonlijk dit niet echt een aanrader.
  • Strogele: geeft in januari al redelijk wat uitval
  • Stoccarda: bewaring tot eind februari, begin maart
  • Rijnsburger 7: bewaring tot eind maart, iets kleinere uien dan Rijnsburger 4.
  • Rijnsburger 4: bewaring tot eind maart 

Sjalot

Van de alliumachtigen hebben sjalotten de beste bewaarcapaciteiten. Red Sun is een aanrader. Sinds 2010 proberen we in de tuin ook enkel minder gekende variëteiten van sjalotten uit: een franse variëteit 'Longor' en een Jersey sjalot 'Jermor'. Beide zijn langwerpige sjalotten.

Wortelen

De variëteit Fly Away wordt aangeprezen als een ras dat weinig last heeft van aantasting door de wortelvlieg. Daarom heb ik in 2010 en 2011 bij wijze van proef deze variëteit uitgezaaid en volledig laten uitgroeien. Ik heb het teeltbed op dezelfde manier uitgedund en onkruid vrijgehouden zoals bij de andere wortelen (dit telkens in de voormiddag om de wortelvlieg niet aan te trekken). Verder heb ik geen teeltbeschermingsmaatregelen getroffen: geen afscherming met insectengaas zoals bij de andere wortelen. Beide jaren waren de wortelen op het einde van de herfst zeer sterk aangetast door de wortelvlieg, zodanig dat er niets overbleef dat nog geschikt was voor consumptie. In vergelijking met het zaad van andere wortelvariëteiten is het zaad van deze variëteit duur.