Bladwand

De blikvanger van de kringlooptuin is de bladwand aan de ingang van de tuin. Het geraamte bestaat uit één rij dikke houten palen of twee rijen houten palen voor respectievelijk een dunne en dikke wand. Aan de buitenkanten van de palen maak je een rasterwerk vast. Betonnetten of gegalvaniseerd ijzeren raster geniet enigzins de voorkeur op afsluitingsdraad. Dit laatste kan tussen de palen gaan bol staan als de palen te ver van elkaar staan. 

In de kringlooptuin zijn ijzeren baren (betonijzers) met een diameter van 14 mm gebruikt als verticale steunpalen. Dit om twee redenen. Ten eerste geeft dit een mooier resultaat doordat het geraamte volledig uit ijzer bestaat (dit is uiteraard subjectief). Ten tweede was de ondergrond nogal stenig. Hierdoor was het praktisch niet te doen om met een grondboor gaten in de grond te maken. De baren konden gemakkelijk in de grond geduwd worden. De kleinere stukjes steen kon ik gemakkelijk opzij duwen door een paar keer de baar op en neer te duwen. 

Een nadeel is evenwel dat ijzeren baren doorbuigen, waardoor de bovenkant al snel een stuk breder wordt dan de onderkant. Dit kan vermeden worden door de betonnetten bv. aan de tweede bovenste horizontale baar met elkaar vast te maken op de gewenste afstand door middel van geplastificeerde stevige ijzerdraad. Een jaar na de opbouw staat de wand er nog altijd netjes mooi recht bij. In de kringlooptuin staat de bladwand uit de wind. Indien de bladwand stevige windvlagen moet trotseren, lijkt mij het gebruik van houten steunpalen wel aangewezen. 

De ijzeren baren heb ik 55 cm diep in de grond gestoken op 80 cm afstand van elkaar. Ze zitten aan de buitenkant van de wand, zodanig dat de netten volledig tegen de baren rusten. De netten zelf rusten met de onderste horizontale baar op de grond. De uitstekende ijzers van de netten zitten dus vast in de grond. De standaardafmetingen van betonnetten is 2 bij 5 meter. Hierdoor komt de hoogte van de bladwand uit op een 190 cm. De wand heeft een dikte van 15 cm. Dit is een vrij ideale dikte. Bij een smallere wand heb je minder materiaal nodig, maar het opvullen iets omslachtiger. Want het materiaal kan bij het opvullen onderweg gemakkelijker blijven hangen. 

Bij het opvullen van de wand heb ik de bladeren zelf niet aangedrukt. Dit om te vermijden dat de wand in het midden zou gaan bol staan. In de loop van het jaar heb ik 4 keer de wand een 30-tal cm bij aangevuld gehad. Bij het opvullen van de wand is het handig om aan beide kanten een plaat te zetten om te vermijden dat de bladeren te sterk gaat uitsteken. 

De zijkanten zijn afgemaakt met gegalvaniseerd kippengaas. Links en rechts is dit gaas aan ijzeren baren vastgemaakt. Het gaas is rond de baren gedraaid en met de losstekende stukjes ijzerdraad van het gaas de uiteinden vast gerijgd aan de buitenkant van het gaas. Deze baren zijn op enkele plaatsen aan de betonnetten vastgemaakt met geplastificeerde ijzerdraad. Indien nodig kan zo de zijkant gemakkelijk weggehaald worden. 

Het ijzer gaat na verloop van tijd gaan roesten. Dit heeft zijn charmes. Verwijder de roestlaag zeker niet, want de roestlaag vormt een beschermlaagje voor het ijzer dat er onder zit. Het ijzerwerk vooraf behandelen is ook maar een tijdelijke oplossing én geeft nadien afvalstoffen in en rond de bladwand. 

Gebruik voor het opvullen van de bladwand enkel traag verterende bladeren, zoals eik- of beukenblad. 

In de kringlooptuin staat de bladwand een beetje beschut tegen de regen. De vertering van de bladeren verloopt daardoor heel traag. Geleidelijk aan zakt het materiaal wat in elkaar.

Is het mogelijk om het geraamte van de bladwand te laten begroeien met klimplanten?

In principe is dit mogelijk. Ik wil hierbij 3 argumenten aanbrengen om dit beter niet te doen. Vooreerst wordt de bladwand hiermee aan het zicht onttrokken. Ten tweede kan na verloop van tijd de begroeiing de verdere aanvulling van de bladwand bemoeilijken. De begroeiing kan ook de binnenkant van de bladwand gaan inpalmen. Als dit je niet tegenhoudt, kan je ten derde best wel opletten met wat je als beplanting gebruikt. Klimop bijvoorbeeld is een sterke groeier. Na enkele jaren heb je dan extra werk om hem in te perken. Na verloop van een aantal jaren vormen zich dikke stengels die rond het klimrek gedraaid zitten. Op het moment dat het nodig is de constructie op te ruimen, geeft dit een praktisch probleem. Het verwijderen van de begroeiing van het klimrek is dan een bijzonder lastig werkje ofwel zit je opgescheept met een hoop restafval (een mix van plantaardig materiaal en ijzer die geen van beiden als dusdanig gerecycleerd kunnen worden).